Pubermeisjes

,,Alle meisjes staan vooraan en ik moest plassen.” Beteuterd kijkt ze me aan. Is dit een vraag? Het geluid is hard, dus ik breng m’n oor dichter naar haar toe. Ze herhaalt de zin. De meisjes. Ze wil er langs. Naar de andere meisjes. Ik kijk nog eens goed. Het meisje met het lange bruine haar, dat nu afwachtend kijkt, is helemaal geen meisje. Ze moet zeker een jaar of vijftig zijn.

Misschien is het wel Sylvia Jeanette Natalie of Fiene, of Elsje Treesje Truus Babbette Betsie of Sabine. Terwijl Henny de namen opdreunt in ‘Een nacht alleen’ zet ik een stap opzij en kijk hoe het meisje dat geen meisje is zich een weg baant door de menigte in het Burgerweeshuis. Nooit had ik verwacht Doe Maar nog eens live te zien spelen, en al helemaal niet zoals afgelopen zondag. Ze doen niets voor hun platen onder. Over hun livemuziek kan ik niets zeggen, ik was min vier toen de band stopte. Stiekem zijn ze mijn idolen en droom ik over Henny.

Er is iets met ze. Als Henny zijn zinnen eindigt met zijn bekende kikjes, gebeurt er iets in me. Hun muziek is goed, maar live maken ze pas echt wat in me los. Ik merk dat ik wegzwijmel bij (eind)zestigers. Wat is dit? Ik ben weer een pubermeisje.

Omdat ik klein ben en allemaal grote jongens verhinderen dat ik Ernst en Henny in volle glorie kan bewonderen, verplaatsen we ons naar het midden van de zaal. Vooraan lukt toch niet meer, daar staat het vol met meisjes die geen meisjes zijn. Waar we willen staan zijn ook andere mensen, onder wie een lief uitziend blondharig meisje.

,,Oh jullie blijven hier staan?! Grappig!” Het woord grappig heeft nu, vermoed ik, helemaal niets met humor te maken. Ze lacht niet. Ik ook niet. ,,Dan staan jullie precies tussen onze vrienden in!”, schreeuwt het niet-zo-aardige blonde meisje ons toe. Dat was ik alweer vergeten: niet alle pubermeisjes zijn lief en onzeker.

We druipen af naar achteren. Een nog kleiner meisje vraagt of ze mijn zicht niet blokkeert. Nee hoor. Ik vind alles best, zolang ik maar de mooie witte tanden van Henny kan zien. Of zou dat inmiddels een kunstgebit zijn?

Plaatsvervangend sorry

Soms is het beter om sorry te zeggen, ook al ben je van mening dat je niets fout hebt gedaan. Je erkent dat de ander gekwetst is en dat dat komt door iets wat jij hebt gedaan. Maar je excuses aanbieden terwijl je helemaal niets hebt gedaan, dat vind ik één van de raarste dingen in onze maatschappij.

De supportersvereniging van De Graafschap deed dat gisteren. Een delegatie van de vereniging kwam persoonlijk een levensgrote taart afleveren bij De Adelaarshorst, bij wijze van excuses voor het wangedrag van enkele supporters na afloop van de promotiewedstrijd van afgelopen zondag. Voor de duidelijkheid: ik heb niets, maar dan ook niets tegen taart. Maar plaatsvervangend excuses maken klopt niet.

Volgens de Van Dale is een excuus namelijk hetzelfde als een verontschuldiging. Je zegt sorry om je te ‘ontschuldigen’, oftewel: je te ontdoen van je schuld. Inherent hieraan is dat je daarvoor schuldig moet zijn geweest. De enigen die dat zijn, zijn de supporters van De Graafschap die zich zondag zo schandelijk hebben misdragen. Dat de supportersvereniging op taart trakteert verontschuldigt de daders niet. Sterker nog: het leidt de aandacht af van de echt schuldigen.

Niet alleen De Graafschap zei deze week plaatsvervangend sorry. Op het facebookevenement dat zogenaamd werd georganiseerd om Sylvana Simons op 6 december uit te zwaaien, werd tussen de walgelijke racistische opmerkingen ook luidkeels excuses aangeboden. Sorry dat ik een Nederlander ben. Je op deze manier verontschuldigen is naar mijn idee net zo fout als zeggen dat alle buitenlanders op moeten rotten -eigen volk eerst. Want door sorry te zeggen namens Nederlanders zeg je niet alleen dat je tot een groep behoort, genaamd ‘Nederlanders’. Je zegt hiermee ook dat er een andere groep bestaat die daar niet toe behoort: namelijk de groep mensen tegen wie je sorry zegt.

Ik heb een hekel aan het woord hokjesdenken, maar het beschrijft wel goed waarom we vaak onze excuses aanbieden voor iets wat we niet hebben gedaan. Het is de ultieme vorm van groepen creëren en isoleren. Bovendien geef je daders hiermee ook nog een troef in handen: zorgen voor verdeeldheid.

Sorry zeggen is goed, maar alleen als je op iemands tenen gaat staan. Letterlijk en figuurlijk. Niet als een ander dat doet.