Achtergrond

Een half uur rijden is het. Mijn nieuwe zwarte katertje André moet naar het dierenpension in Vorden. Mensen willen ook weleens op vakantie. En voor de kleine dondersteen is het ook net vakantie. Je hoeft maar door de rood-groen-bruine lanen in de Achterhoek te rijden en je waant je weg. Totaal weg.

Wat ben ik hier weinig. Of zeg maar gerust nooit. Terwijl dit het land is waar ik geboren ben. Mijn familie dan. Tenminste, als ik de talloze trouw- en geboortecertificaten moet geloven die ik jaren geleden obsessief verzamelde. Hele mappen vol heb ik op mijn computer. Onderzoek dat ik tussen mijn parttime baan en studie door deed. De weg kwijt, zoals veel adolescenten, en vooral razend benieuwd naar wie ik eigenlijk ben. Oké, en misschien was het ook wel gewoon studieontwijkend gedrag.

Ik zie een meneer fietsen. Misschien ben jij wel mijn opa’s achterneef, denk ik. Dikke vette kans, want wees eerlijk: elke familie in deze regio is op één of andere manier met elkaar verbonden. Dat weet ik, vanwege dat onderzoek dus. De Smeenks, de Nijmans. De Bolinks. Zitten in mijn familie, ergens.

Verder was mijn afstammingsonderzoek een grote teleurstelling. Destijds dan. Mijn voorouders kwamen niet veel verder dan Warnsveld, Lochem en Laren. Dat mijn opa en oma in Wesepe terechtkwamen was al heel wat. Nee, jammer genoeg stroomt er geen exotisch bloed door mijn lijf. In ieder geval niet van vaders kant. Was het maar zo.

Ik ben zelf een exoot. Dat ik de navigatie aan heb op de plekken waar mijn voorouders elk grassprietje kenden. Wat is er precies gebeurd, dat ik deze velden niet ken? Dat ik nu hard mee zit te zingen met de Bloodhound Gang – you and me, baby, ain’t nothing but mamals, so let’s…, en niet een tentfeest aan het voorbereiden ben, in het bestuur zit van de carnavalsvereniging, of mijn vader help met de administratie van zijn melkveebedrijf?

Ik ben een emigrant, terug bij mijn roots. Een stadsmeisje, als je het al zo kunt noemen, in dat kleine stadje Deventer. En toch. Als ik dan door de lanen rijd, met de groen, bruin en rood aangestipte bomen en met dauw bedekte velden, dan voel ik me thuis. En het is maar een half uurtje rijden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *