Koningsdag

De roodwitblauwe schminkstift komt elk jaar uit de verkleedtas. Samen met mijn oranje boa en mijn oranje cowboyhoed. Eigenlijk neemt mijn oranje kledij verreweg de meeste plek in in de tas. Want ik hóu van Koninginnedag. Of Koningsdag dan, nu. Het is mijn lievelingsfeestdag.

Koningsdag moet je víéren. Brak, meestal. Want Koningsnacht vier je uiteraard ook. Maar sinds ik in Deventer terug ben, weet ik niet meer hoe. Ben ik nou ouder geworden, of is er gewoon niks? In mijn eerste jaar, het jaar waarin Koninginnedag Koningsdag werd, week ik voor de zekerheid maar uit naar Arnhem. Echt leuk was het niet. Er waren wel jonge mensen, maar er waren maar weinig die net als ik óók het Koningslied uit hun hoofd hadden geleerd. Bovendien viel de muziek en de gezelligheid tegen. Maar wat wil je ook, als je Groningen gewend bent.

Het jaar erop besloot ik geen verwachtingen te hebben. Ik zou tijdens Koningsnacht gewoon de stad in lopen en kijken wat er zou gebeuren. Bier zou er toch wel zijn, dus dan komt gezelligheid vanzelf.

Het werd niet later dan 23.00 uur. Iedereen was de stad uit, ergens anders Koningsnacht vieren. Dan maar Koningsdag vieren, dacht ik nog. Wat een verdriet. Niks. Het was niks. Halverwege de Brink ben ik gekomen, toen liep ik alweer terug naar huis. In de kroegen zat het vol. Niet met bierdrinkende jonge mensen, maar met appeltaartprikkende vijftigplussers en schreeuwende kinderen. Iedereen is vrij en gaat ook wat doen. En in een niet-studentenstad zijn dat helaas niet de mensen uit mijn doelgroep. Dus ik gaf het op. Voor altijd.

Tenminste, dat was het plan. Tot dit jaar. Ik zag een advertentie voor het Koningsfestival en voor het eerst in mijn leven leek het me leuk om Koningsdag in Deventer te vieren. Een heel festival op het Havenkwartier. Met muziek en eten en gezelligheid. Jonge mensen. Feest. Alsof de organisatie het afgelopen jaar naar mijn avondgebedjes heeft zitten luisteren.

Maar uitgerekend dit jaar kan ik niet: ik moet werken. En niet gewoon een normale werkdag, maar een ochtenddienst, dus alle hoop op iedere feestelijkheid is vervlogen. Terwijl jij dit leest, zit ik stukjes te typen. Geniet er dus maar van.

Er is gelukkig één troost: het is stervenskoud. En die verkleedtas heeft veel, maar geen oranje muts of sjaal. Dus misschien ben ik maar blij dat ik vandaag binnen mag blijven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *